PERFECTION LOOPKNOT.

 

De opbouw van de leader is op menige clubavonden het onderwerp van gesprek. Ik ben de laatste die zal verkondigen dat het allemaal zeer precies moet voor zee, maar voor het maken van redelijke worpen mag er best wel wat aandacht aan worden besteed en volgens mij hoef ik dat, zeker voor de "zoete"vliegvissers die dit lezen niet nader uit te leggen. Je kunt in het bezit zijn van de beste hengel, reel en lijn, maar de presentatie van de vlieg is ook in zee vaak van cruciaal belang. 

De lengte van de leader, inclusief tippet, houd ik meestal op zo'n 180 cm, opgebouwd uit 40 cm, 30 lb fluorocarbon, gevolgd door 40 cm 20 lb fluorocarbon met daaraan de tippet met een lengte van 100 cm. De tippet houd ik op 10 a 12 lb. De tippet fungeert ook als een soort schokbreker tussen vis en hengel. Soms kan het ook nog dunner, zeker wanneer er niet over stenen wordt gevist, maar bijvoorbeeld over schoon zand. Wanneer we met poppers of ander oppervlakteaas vissen kunnen we volstaan met slechts 1 stuk lijn van 100 cm met 20 lb trekkracht. Ik gebruik tegenwoordig altijd fluorocarbon omdat het zeer slijtvast is en je er niet snel knopen mee gooit. Voorwaarde is wel dat je zorgt voor een goede "overslag" van de lijn. Om dat te bereiken gebruik ik tussen mijn 3 leaderdelen een speciale PERFECTION LOOPKNOT. Ook deze speciale lus-in-lus verbinding fungeert als een soort schokbreker. Dat is misschien in Nederland niet zo belangrijk, maar wel als we op buitenlandse soorten als stripers, bluefish, bonito's, albacores en andere snelle en sterke soorten gaan vissen. Het lijkt me handig om al reeds hier in Nederland mee te oefenen. Bijkomend voordeel van deze verbindingen is dat we snel (een bepaald deel van) de leader of tippet kunnen vervangen en zeker de tippet raakt aan zee vrij snel beschadigd!

 

LOOPKNOT.

Voor het leggen van deze knoop komen we eigenlijk 1 handje tekort, maar met enige oefening lukt het wel....
Als de loopknot goed gelegd is zal de knoop altijd recht op de hoofdlijn staan. De knoop lijkt bewerkelijk, maar is
met enige oefening binnen enkele seconden te maken.

 

De eerste foto staat in spiegelbeeld. Als ik binnenkort aan denk, zal ik hem eens opnieuw schieten....
Het is de bedoeling dat het losse eindje zich aan de rechterkant bevindt (voor rechtshandigen). Het deel
van het losse eind bevindt zich ACHTER de hoofdlijn,

 

Het losse eind gaat wederom achter de hoofdlijn langs en we vormen op deze manier een dubbele
loop.

 

Het losse eind gaat nu TUSSEN de beide loops en we klemmen ook dit tussen wijsvinger en duim.

 

 

De ACHTERSTE  loop gaat nu over de VOORSTE  loop en we proberen deze loop m.b.v. de
ringvinger en pink naar beneden te schuiven. Een goede oefening voor de beweeglijkheid van deze twee vingers!
Onderwijl dienen we ook af en toe even het losse eindje aan te trekken en we werken alles richting de duim en wijsvinger.

 

Als alles goed gaat hebben we alles klemvast tussen de duim en wijsvinger.

 

Het beste is nu om de lus om een stevig iets te leggen en de knoop nu, met beleid, heel
geleidelijk vast te trekken.

 

DE LOOPKNOT.

 

GOEDE LUS IN LUS VERBINDING

 

  

Foutief gelegde lus in lusverbinding.

 

TERUG

Home