VLIEGVISSEN OP ZEE INTRODUCTIE

Dit navolgende artikel heb ik in 2000 geschreven voor Zeehengelsport, maar ik wil het u niet onthouden. Zolang er vragen komen over wat voor een hengel en lijn en over het waar en wanneer, dan is voor deze mensen dit artikel in ieder geval een goede introductie. De principes zullen niet veranderen....

 

VLIEGVISSEN AAN ZEE

 

 

'Nooit en te nimmer zullen jullie mij zien staan zwiepen met zo'n splinter. Niks voor mij en alleen maar een onnodig moeilijke manier om een visje te vangen, als je al wat vangt in dit klimaat. Aan zee vliegvissen? Ik dacht het niet. Pure onzin!'

Ik kan mij dit antwoord nog levendig herinneren, nadat mijn vismaat in de zomer van 2000 een vliegenhengel had aangeschaft en Bert Schou­ten van Handyfish mij vroeg of ik geen interesse had om zelf ook te gaan vliegvissen. 'Wacht maar af; je bent er nu nog niet aan toe, maar dat komt wel'...

 

Het bleek dat Bert wat je noemt een vooruitziende blik had, want amper een jaar later stond ook ik inderdaad met zo'n vliegen­lat te zwiepen en te zwaaien. Het kan verkeren!

In dit artikel wil ik eens stilstaan bij al die vooroordelen omtrent het vliegvissen op- en aan zee, waaraan ik mij nog maar zo kort geleden ook zelf schuldig maakte. Niet dat ik mij zelf opeens als op en top vliegvisser durf te beschouwen, integendeel zelf. Maar ik ben beslist enthousiast geworden over net dat beetje 'extra', dat het vissen met de vlieg ook de verstokte zeehengelaar kan bieden. En wellicht slaag ik er zelfs in om dat nog jonge enthousiasme over te brengen op andere lezers van ons blad. Want juist het zeevissen en de vliegvisserij vormen een uitdagende combinatie!

 

Elitair?

Op het eerste gezicht zijn er meteen al heel wat vooroordelen  te overwinnen, alvorens ook maar iemand kan worden overtuigd van de lol om te gaan vliegvissen op zee. Vliegvissen is immers zeker niet de makkelijkste manier van vissen en om dat nu juist aan zee te doen, waar altijd wind staat? Bovendien, zijn er in ons land eigenlijk wel plekken waar een zeevisser kán vliegvissen?

Ik merk een verschil in de opstelling van de Nederlandse vliegvisser en bijvoorbeeld de Amerikaanse. In ons land wordt vliegvissen nog immer als elitair beschouwd. Voor veel Amerikaanse zeevissers is de vliegenhengel gewoon een vistechniek en is de vliegenlat gewoon visgereedschap. Jong of oud, vrouw of man; het aantal vliegvissers is enorm en ik heb zelf kunnen waarnemen hoe enorm effectief de vliegenlat kan zijn ten opzichte van de 'gewone' hengel. Maar uiteraard zijn de omstandigheden aan de andere kant van de Oceaan ook meer dan bij ons in het voordeel van de vliegenhen­gel. Ondiep, helder water met een enorm voedselaanbod en vissoorten die jagen op zicht en zeer kieskeurig zijn, maken de vliegenhengel er het ideale wapen. Dit in tegenstelling tot het nagenoeg altijd 'gekleurde' Nederlandse zeewater, waar het nut van de vliegenhengel  niet altijd duidelijk is aan te geven.

Ook door de kleding onderscheidt een vliegvisser zich van de andere sportvissers. Het vooral praktische nut van de kleding dat hieraan ten grondslag ligt, gaat ten onder aan het vooroordeel. Want je haalt een vliegvisser er aan z'n kleding zo uit, met het kenmerkende vliegvisvest, de waadlaarzen en de hoofdbedekking. Het is voor velen een soort uniform geworden, waarin ze zich ook ver van het water tooien (zoals op vliegvisbeurzen). En je hebt nu eenmaal (welgestelde) mensen die nog nooit gevist hebben en dan juist het vliegvissen oppakken omdat in hun ogen ze zich  kunnen onderscheiden van de massa. Laten we wel wezen: een weekje zalmvissen in Schotland klinkt wat exclusiever dan een dagje makreelvissen op de Noordzee en omdat ook Willem-Alexander en Maxima enthousiaste vliegvissers zijn, bevinden de nieuwkomers zich in goed gezelschap. Aan het hele "waarom" van het (vlieg)vissen gaat men echter voorbij. 

Alle begin is moeilijk en dat geldt zeker voor het vliegvissen. Ook dat is een aanmerkelijke drempel om te overwinnen, maar zeker geen onoverkoombare. Het materiaal van nu is niet meer te vergelijken met dat van vroeger en dat is zeker in het voordeel van de (beginnende) vliegvisser. Enkele uurtjes les in het werpen is meestal al voldoende om wat van de basistechnieken op te pikken.

 

Waarom vliegvissen?

De knop ging bij mij om tijdens de vistrip naar de USA in het najaar van 2000, alwaar ik het licht mocht zien... Met eigen ogen zag ik de enorme effectiviteit van de vliegenhengel en de manier waarop de vis reageerde op de aangeboden (kunst)aassoorten. Nogmaals: de omstandigheden zijn daar anders dan bij ons, maar dat veran­dert natuurlijk niets aan het feit waarop, wanneer en waarom de vliegenhengel kan worden ingezet. Er zitten namelijk diverse voordelen aan het gebruik van de vliegenhengel. Ik zal er een aantal noemen, een wille­keurig aantal. En enkele voor­oordelen zullen dan hopelijk naar het land der fabelen worden verwezen.

Met een zeer 'beperkte' uitrusting kan je veel soorten vis vangen, van bot tot zeebaars en van tonijn tot zwaardvis. Als zeevisser hebben wij het toch al gemakkelijker dan de vliegvissende collega's op het zoete. Onze zoute rovers zijn iets makkelijker te verleiden dan die in het zoete water en we kunnen met een beperkte hoeveelheid 'vliegen' aan de gang.

Het natuurlijke aas, waarnaar de vis altijd maar op zoek is, kan bijna perfect worden nagemaakt. Zelfs de mooiste plug valt in het niet bij een mooi gemaakte 'vlieg' en de kick is des te groter als je op een eigen product van huisvlijt ook daadwerkelijk vis weet te vangen. Uiteraard bootsen we in zee een visje na, maar voor het gemak blijven we praten over 'vliegen'...

Het vliegvissen geeft een dieper inzicht in de leefwijze van de vis en men zal zich bewuster worden van de omgeving. Zelf heb ik het gevoel dat ik meer 'jager' ben dan bij andere vormen van visserij. 

Geen enkele vismethode benadert de zeer directe manier van contact tussen aas, vis en visser. Je kunt de vlieg zelf de actie geven die je wenst en je hebt te allen tijde direct contact met die vlieg.

Je bent in staat om met ultralicht materiaal grote vissen te vangen. Het lijkt onvoorstelbaar, als je zo'n vliegenhengel bekijkt, dat je daaraan bijvoorbeeld een tarpon van 120 pond zou kunnen landen. Maar het kan, dat heeft de praktijk bewezen!

Vliegvissen geeft het vissen op zee een extra uitdaging en is daarmee een leuke aanvulling op het 'normale' vissen. Het 'hobby in een hobby idee' is bij het vliegvissen sterk aanwezig.

De gebruikte materialen zijn beslist vooruitstrevend en vooral de kleding is zeer praktisch De vergelijking met de Formule 1 en Ruimtevaart gaan zeker op. Veel ontwikkelingen in de visserij komen voort uit de vliegvisserij. De vliegvisser is dus vaak geen behoudende snob, maar eerder uiterst progressief...

 

 

De oer-Hollandse praktijk

Zoals ik eerder al schreef, zijn de omstandigheden bij ons niet bepaald in het voordeel van de vliegvisser aan zee. Er staat altijd wind en op het eerste gezicht zijn de stekken waar de vliegenhengel in stelling kan worden gebracht op de vingers van één hand te tellen. Schijn bedriegt, want we moeten die stekken gewoon opnieuw ontdekken. Als ik mijn regio bekijk (Noord-Holland) heb ik inmiddels groot aantal nieuwe stekken aan mijn lijstje toegevoegd. Stekken binnen de haven van IJmuiden bijvoorbeeld, waar ik normaal gesproken niet aan zou denken om deze te gaan bevissen, blijken opeens prima vliegvisstekken. De vliegvisser kan goed gebruik maken van het feit dat de vis onder de bescherming van de duisternis heel dicht onder de kant durft te komen, om daar tussen de stenen op zoek te gaan naar voedsel. Dit doet vis overal ter wereld en waarom dus hier niet? De voet van een dijklichaam, een bewaadbaar strandje dicht bij een strekdam, het kommetje bij een (spui)sluis of gewoon de Zuidpier van IJmuiden worden allemaal plekken die met andere ogen worden bekeken. Ik ben ervan overtuigd dat zich overal langs onze kust dergelijke prima vliegvisstekken bevinden.

Het leuke van het vliegvissen is dat je een stukje nep-aas op uiterst natuurlijke wijze kunt aanbieden. Want laten we wel wezen: er zijn in de praktijk beslist periodes dat de vis niet zal toehappen op een met supersonische snelheid voortgetrokken stuk kunststof, onder de benaming plug, twister of popper. Vooral in het voorjaar wil het voorkomen dat bijvoorbeeld zeebaars alleen aast of de meest voorkomende natuurlijke prooi, het aas dat op dat moment het makkelijkst valt buit te maken. Meestal is dat het zogenaamde 'speldaas', dat wil zeggen vislarven (bijvoorbeeld zandspiering) die niet groter zijn dan 4 cm. De kunst en de kick is dan om een "vlieg" te binden, die dat speldaas ook daadwerkelijk imiteert. Met behulp van de vliegenhengel ben je vervolgens in staat dit aas op natuurlijke wijze aan de vis te presenteren. Hoog, laag diep, snel, langzaam; met de vliegenhengel kan het. Sta ook niet te kijken van verrassende vangsten in de vorm van haring, zeeforel, bot of zelfs gul. Een dikke bot van 40 cm wordt tot een ongekende vechtersbaas... 

In Amerika heb ik kunnen waarnemen hoe enorm kieskeurig de zeebaars soms is. Niet altijd zijn het de vraatzuchtige monsters, die alles verslinden wat op hun weg komt. Ik kon in het heldere water waarnemen (en ook voelen aan de hengel) dat elk aas grondig werd 'geproefd' en bekeken. Het was dan aan de visser om uit te zoeken welk aas en in welke grootte op zo'n moment aan de vis gepresenteerd moest worden. Dit kostte wat tijd en een inspectie van het op dat moment aanwezige aas, maar dat alléén was al zeer verhelderend. Ondanks alle vliegen die wij thuis hadden gebonden, konden wij ter plaatse weer aan de gang om enkele passende vliegen te binden! Andere kunstaas­soorten zijn in dergelijke omstandigheden gewoon kansloos omdat de juiste aanpassingen niet mogelijk zijn. In zulke gevallen is de vliegenlat dus supe­rieur boven alle andere vormen van vissen. En dan hebben we het nog over (gestreepte) zeebaars en niet eens over exotische oceaanrovers als de extreem kieskeurige bonito's en albacores met hun vlijmscherpe blik.

Tja, het is niet altijd even inspirerend om in Holland te grijpen naar een vliegenhengel, maar een aan de vliegenhengel gevangen zeebaarsje van 35 cm of een makreel van 40 cm zal u wel degelijk bij blijven. Een paar makrelen op de vliegenhen­gel geeft mij in ieder geval 100 keer meer voldoening dan een emmer makrelen gevangen aan een verenpaternoster...

 

Het begin

Alle gedoe rond het vliegvissen was voor mij als leek in eerste instantie gewoon abracadabra En ik moest (of wilde...) het allemaal op eigen houtje (en op mijn manier!) onder de knie krijgen. Het heeft dan ook enige maanden geduurd, alvo­rens ik mijn eerste vliegenlijn nat maakte. Hoewel ik heel veel lees op visgebied, zeiden de meeste vliegvistermen mij helemaal niets en waar en hoe begin je dan? In de eerste plaats ga je eens wat rondvragen bij kennissen en vrienden en uiteraard bij de hengelsportzaken. Ik heb bovendien het geluk dat mijn vismaat Vic een expert is op het gebied van het vliegvissen op zee en al wilde ik per se niet volledig door hem aan het handje worden genomen, ik kon met mijn vragen bij hem terecht en mocht bovendien een aantal hengels en lijnen van hem uitproberen.

 

Hengels

Wie voor het eerst een vliegenhengel in handen neemt, kan in vergelijking met andere 'werphengeltypen' de power van zo'n dunne hengel moeilijk inschatten. De verborgen krachten van de vliegenhengel laten zich niet zo eenvoudig karakteriseren op de manier waarop je bijvoorbeeld een karper- of strandhengel beoordeelt. Om het 'vermogen' van de hengel aan te geven, heeft men een wereldwijde standaard afgesproken: Aftma. Deze standaard geeft een verdeling in 13 oplopende cijferklassen, waarbij Aftma 1 staat voor ultralicht en aftma 13 voor ultra­zwaar (tegenwoordig heb ik zelfs al Aftma 17 hengels gezien) Voor de aanduiding  Aftma wordt op de hengels vaak het teken # gebruikt.

Voor onze omstandigheden is de doorsnee lengte 9 voet, onge­veer 270 cm dus. Qua 'kracht' zou je voor de langs onze kust voorkomende vissoorten genoeg moeten hebben aan een # 6-hengel. Ik vis zelf echter met een zwaardere # 9/10-hengel en hoewel dit extreem zwaar lijkt, zijn het met name de (weers­)omstandigheden die ons dat opleggen. Want zeg nu zelf: windstille dagen zijn op en aan zee op de vingers van één hand te tellen en met een dergelijke hengel werp je gewoon aanzienlijk "makkelijker" tegen de wind in, zodat je wat langer kunt door­vissen. Een 9/10 hengel is bovendien op zeer veel plaatsen op deze aardbol te gebruiken, zodat dit een verant­woorde keuze zal zijn. (Anno 2005 zijn er veel strakke/snelle hengels, zodat je makkelijk met een #7 hengel aan de gang kunt gaan)

Het karakter van de vliegenhengel heeft laatste jaren een enorme ontwikkeling doorgemaakt en men is nu al in staat zevendelige hengels te fabriceren, die niet onderdoen voor een tweedelige.

Een redelijke vliegenhengel is tegenwoordig al te koop voor rond de fl 250,- ; een prima 4-delige reishengel heb je al voor fl 399,-, inclusief luxe koker.

 

Vliegenlijn

Bij de beschrijving van het benodigde materiaal nu eens niet de werpmolen (of in dit geval: reel) op de tweede plek genoemd, want de vliegenlijn moet in dit geval in één adem worden genoemd met de vliegenhengel. Die lijn dient namelijk als werpgewicht (de vlieg heeft van zich natuurlijk nauwelijks gewicht) en is eigenlijk het verlengde van de hengel. Beide elementen kunnen niet los van elkaar worden gezien en alleen de juiste combinatie stelt ons in staat te kunnen werpen. De hengel dient als het ware "geladen" te worden door de gebruikte lijn. Zie het maar als een pijl en boog; met een slappe boog, krijg je nooit en te nimmer een zware pijl ver weggeschoten. Het is de gecombineerde spanning van lijn en hengel, die niet alleen het op de juiste plaats aanbieden van het kunstaas mogelijk maakt, maar ook de grootste vis uiteindelijk het onderspit doet delven.

Ook de vliegenlijnen worden aangeduid met de Aftma-standaard en je kunt dus 'eenvoudig' de juiste lijn bij de hengel kie­zen. Voor alle wind-, water- en viscondities heeft men inmid­dels een ongelooflijk aantal lijnen uitgedacht, waarin ook de experts gemakke­lijk kunnen verdwalen. Ik zou makkelijk een aantal A4-tjes kunnen vullen met een opsomming van allerlei op de markt verkrijgbare soorten lijnen, maar daar begin ik niet eens aan. Zelfs de temperatuur van het te bevissen water is zeer belangrijk!

Voor de beginner is het belangrijk om te onthouden dat er eigenlijk maar drie hoofdvormen van lijnen zijn: een drijven­de (F), een zinkende (S) en een intermediate (I; een 'tussen water en wind lijn'. Deze drie types worden vervolgens weer onder­verdeeld naar de opbouw van de lijn. Voor ons doel zijn de belangrijkste: (werp­)gewicht vóór in de lijn: Weight Forward (WF) of in het middendeel van de lijn : Double Taper (DT).

De  aanduiding WF-8-F staat dus voor een drijvende vliegenlijn met het gewicht vóór in de lijn en geschikt voor een # 8 hengel. Simpel toch? Later kan je je dan nog volop druk gaan maken over begrippen als grains, zink­snelheden en density compensated lijnen...

Voor de omstandigheden aan zee is een WF (Weight Forward dus) de meest geschikte lijn. Die schiet namelijk wat makkelijker tegen de wind, terwijl de DT lijnen meer geschikt zijn om de lijn wat langer in de lucht te houden. Dat laatste is minder aan te bevelen voor aan zee: hoe langer de lijn in de lucht is des te meer kans bestaat er immers dat hij 'gepakt' wordt door de wind.

Op de verpakking van de vliegenlijnen staat precies aangegeven waarvoor de lijn geschikt is, maar het blijft soms moeilijk de juiste lijn te kiezen. Als eerste lijn zou ik een WF-F lijn kiezen. De moderne hengels stellen de visser in staat een iets zwaardere lijn te kiezen (bijvoorbeeld een WF 9 lijn op een # 8 hengel) om via deze geringe 'overbelasting' de hengel sneller te 'laden' en verder en sneller te kunnen gooien.

 

De reel

De vliegenreel acht ik eigenlijk een buitenbeentje tussen al het hi-tech geweld. Zo'n reel is namelijk letterlijk niet meer dan een eenvoudig opwindmechanisme, een katrol. En al zitten er tegenwoordig ook steeds meer toeters en bellen op en is het 'design' vaak zo fraai, dat er zelfs een vliegenreel is opgenomen in het Amerikaanse Museum of Modern Art, het indraaien gaat vergeleken met de moderne werpmolen maar heel moeizaam (1:1). En het knopje dat voor 'slinger' moet doorgaan, is meestal veel te klein, zeker als je grote handen hebt. In de praktijk fungeert de reel slechts als een spoeltje om de vliegenlijn op te bewaren. Wanneer er dan eens een echte vis alle vliegenlijn uit je handen grist en de slip zijn werk moet gaan doen, slaat elke keer dat zogenaamde slingertje tegen je vingers of je verbrand je vingers aan de tollende spoel. En dan de prijzen... Ik snap niet dat die dingen zo veel moeten kosten. Voor de prijs van sommige reels kun je gemakkelijk een nieuwe brommer kopen! Al heb je voor enkele tientjes al een simpele, kunststof vliegenreel in handen.

Een verbetering ten opzichte van de conventionele vliegenreels zijn wat mij betreft de zogenaamde Large Arborreels die je tegenwoordig steeds meer ziet verschijnen. Deze hebben een grotere diameter en zijn breder en derhalve ook sneller bij het binnendraaien. Zeker voor de jagers op groot wild zijn deze reels een uitkomst.  Door de grotere diameter kinkt de vliegenlijn ook minder en hoef je de lijnen minder vaak te strekken. In een volgend artikel meer daarover.

Ook de reels zijn ingedeeld volgens het Aftma systeem, want hoe 'zwaarder' een vliegenlijn is, des te meer ruimte hij nodig heeft. Voor rond de fl 250,- heb je al een prima Large Arbor reel, maar je dient daarbij altijd nog één of zelfs twee reservespoelen aan te schaffen, zodat je desgewenst snel en simpel van vliegenlijnen kunt wisselen.

Houd er bij de aankoop van een vliegenreel altijd rekening mee dat de aan zee onvermijdelijke zoutaanslag verwoestend werkt op niet-roestvrije onderdelen van je reel. Kies dus voor relatief voordelig kunststof of -voor de échte liefhebbers-voor corrosievrije reels uit rvs-aluminium of zelfs titanium (uiterst kostbaar).

 

Vervolg

Ik heb in dit eerste artikel vooral stilgestaan bij de 'filosofie' van het vliegvissen op zee en daarnaast enige benodigde 'hardware' kort omschreven. Ik ben daar bewust nog niet al te diep ingedoken, want je raakt maar al te gemakkelijk de weg kwijt, wanneer meteen diep wordt ingegaan op details en technische aspecten. Na verloop van tijd valt het één en ander vanzelf op zijn plaats en kan ieder voor zich zelf bepalen hoe ver men wil doordringen in de -op het eerste gezicht- zo complexe materie van het vliegvissen. Eigenlijk is bovenstaand verhaal slechts het een aanloopje, want nu beginnen we pas... In een volgend nummer van Zeehengelsport daarom meer!

René Sehr

 

Enkele tips

* Neem eerst eens een aantal werplessen om in ieder geval de eerste beginselen goed aan te leren. De theorie achter het werpen met een vliegenlijn en hengel is te complex om maar zelf aan te gaan modderen. Fout aangeleerd = moeilijk afge­leerd!

Instructie is te krijgen via de diverse in vliegvissen gespecialiseerde hengelsportzaken in Nederland en België en ook via diverse plaatselijke vliegvisclubs (of bij mij.....).

 

De uiterst actieve Vereniging Nederlandse Vliegvissers (VNV), waarbij niet alleen zo'n 50 vliegvisclubs zijn aangeslo­ten, maar ook een dikke 2.600 enthousiaste vliegvissers, heeft zelfs de Eerste Nederlandse Vliegvisschool opgezet, waarin meerdaagse cursussen voor zowel startende, als gevorderde vliegvissers worden gegegeven.

Voor informatie over de VNV, de Vliegvisschool en de adressen van de aangesloten clubs:

A. van Dalfsen, tel (079) 3163356, e-mail: alb.dalfsen@het­net.nl

 

* Tracht veel te lezen, want er is heel veel lectuur over het vliegvis­sen. Niet zozeer omtrent de Nederlandse vliegvisserij op zee, maar het helpt om de termen te leren begrijpen.

In ons zes maal per jaar verschijnende 'zusterblad' Dé Roofvis (van dezelfde uitgeverij als Zeehengelsport) wordt regelmatig aandacht besteed aan het vliegvissen, al dan niet op zee. In dit prachtige 'coffeetable-magazine' met prachtige fotografie op 84 blz luxe papier, wordt alléén aandacht besteed aan de actieve visserij op 'alle vissen met tanden' en komt ook de kunstaasvisserij op- en aan zee regelmatig aan bod.

Voor nadere informatie: tel (0314) 340 150 of neem een kijkje op de homepage via www.hengelsport.com

De eerder genoemde VNV geeft een prachtig eigen maga­zine uit: De Nederlandse Vlieg­visser, een vier keer per jaar verschijnend luxe blad van 80 blz full color.

Ook via internet is heel veel informatie te verkrijgen. Kijk om te beginnen maar eens op de Nederlandse site www.vnv.nu (let op: niet .nl dus!)

Pro­beer ook wat video's te lenen om een voorstelling te maken hoe het vliegvissen in zijn werk gaat. Vooral uit de VS komt veel instructiemateriaal op video.

 

* Wie de mogelijkheid heeft moet oefenen, oefenen en nog eens oefenen. Het voordeel is dat je op elk grasveldje of aan elk watertje kunt gaan oefenen in het werpen. Gewoon zonder leader en haak en met een meter of dertig ruimte om je heen, moet voldoende zijn, zeker in het begin. En houdt er rekening mee: in dat allereerste begin lukt het meestal letter­lijk en fi­guurlijk voor geen meter! Volhouden is het sleutelwoord en opeens: tjakka! Als men het werpen eenmaal onder de knie heeft, is het net als fietsen: je verleert het niet meer en je vraagt je af waar nu eigenlijk de problemen lagen! Ik verze­ker u dat het een kick geeft, als je eenmaal die vlieg weet te deponeren waar jij dat wilt...

 

* Vooral ieder voorjaar zijn er in den lande genoeg beurzen en manifestaties waarop ook aandacht wordt besteed aan de vlieg­visserij. Uiter­aard is de belangrijkste en meest bezochte beurs de VISMA eind maart, maar eens in de twee jaar is er bijvoorbeeld ook de Fly Fair aan de IJssel bij Hattum, hét vliegvise­venement van de Lage Landen (en ver daarbuiten!). Men kan hier uitge­breid rondkij­ken en zich oriënte­ren. Verder zijn er vanzelf­sprekend diverse hengelsportza­ken die zich tegen­woordig hele­maal hebben toege­legd op de vlieg­visse­rij en waar je de nodige info kunt op­doen.

 

RENE

TERUG

Home